Door de geopolitieke veranderingen is “soevereiniteit” een woord geworden waar Europese politici op hameren. Wat het daarbij betekent blijft een beetje in het midden, omdat er vooral ingespeeld wordt op angst dat de Amerikaanse overheid data opvraagt van cloud providers of die providers dwingt diensten stop te zetten. Hierdoor kun je rondom “soevereiniteit” leuke one-liners maken die het goed doen in de media, maar hoe je het moet contracteren blijft een vraag.
Het Cloud Sovereignty Framework wat DG DIGIT van de Europese Commissie in oktober 2025 presenteerde is een poging om die vraag te beantwoorden. Het framework is geen keurmerk, maar een aanbestedingsinstrument om te meten hoe soeverein een dienst werkelijk is. Het beoordeelt acht soevereiniteitsdoelstellingen (SOV‑1 tot en met SOV‑8) en kent aan elk daarvan een Sovereignty Effectiveness Assurance Level (SEAL) toe, van 0 tot 4:
- SEAL‑0 – Geen soevereiniteit.
- SEAL‑1 – EU-recht geldt in theorie; het afdwingen ervan kent uitdagingen.
- SEAL‑2 – Datasoevereiniteit: EU-recht is afdwingbaar over je data, zonder bijzondere inspanning van de klant.
- SEAL‑3 – Digitale weerbaarheid: echte EU-invloed, en niemand in het buitenland kan je uitknop omzetten.
- SEAL‑4 – Volledige digitale soevereiniteit: technologie én operatie volledig onder EU-controle, uitsluitend EU-recht, geen kritieke niet-EU-afhankelijkheden. Dit laatste betekent dat de gehele toeleveringsketen, van chips tot software volledig in de EU moet liggen.
De weging verklapt waar het werkelijk om draait, want toeleveringsketen-soevereiniteit(SOV‑5) telt voor 20% mee, de zwaarste doelstelling. Je kunt je niet juridisch of via certificering naar soevereiniteit toe redeneren. De bepalende factor is waar het silicium wordt geproduceerd en waar de code wordt geschreven. Dit verraad mogelijk ook een onderliggend doel van de EU, namelijk een manier om de economie een impuls te geven door productie van deze zaken naar de interne markt te duwen. Aangezien dit deels om specialistische kennis gaat die niet in Europa beschikbaar is, is de vraag hoe kansrijk dat is. Een poging van het om Taiwanese TSMC om een chipfabriek in de Verenigde Staten te bouwen gaat op zijn zachtst gezegd stroef.
De realitycheck van april 2026
Inmiddels is het framework geen theorie meer. Op 17 april 2026 gunde de Europese Commissie een Sovereign Cloud-aanbesteding van €180 miljoen (over een periode van zes jaar) aan vier aanbieders. De toelatingsdrempel was SEAL‑2; de meeste winnaars haalden SEAL‑3; niemand haalde SEAL‑4. Geen enkele partij. Dat betekent niet dat de inschrijvers faalden, maar dat het framework eerlijk rapporteert dat Europa afhankelijkheden heeft die op dit moment niet te omzeilen zijn.
Een kleine olifant in de kamer: zijn dit eigenlijk wel hyperscale clouds?
Het is hierbij ook nog wel even goed om stil te staan bij de omvang van de providers die de aanbesteding gegund is, in vergelijking met de Amerikaanse hyperscalers. Hyperscale gaat niet over ambitie, maar over schaal: miljoenen servers, regio’s op verschillende continenten, en investeringsbudgetten die lezen als defensiebegrotingen. Langs die meetlat is zelfs OVHcloud, Europa’s grootste cloudspeler, een orde van grootte (of twee, of drie) kleiner dan welke afzonderlijke Amerikaanse hyperscaler dan ook. Die hyperscalers geven elk in één kwartaal meer uit aan infrastructuur in Europa, dan Europa’s eigen cloudsector in jaren omzet. De ongemakkelijke waarheid: Europa heeft geen hyperscalecloud. Het heeft goede cloudproviders, maar geen hyperscaler. Een SEAL‑4-hyperscalecloud zou dus betekenen dat je tegelijk de hyperscalebasis bouwt én die soeverein maakt. Dat is nogal een onderneming en vereist enorme investeringen, investeringen waarvan je je kunt afvragen of die ooit zullen renderen, aangezien het ook jaren gaat duren om de nodige schaal en bijbehorende processen op te bouwen. Iets waar ik in volgende posts dieper op in zal gaan.
Waarom is hyperscale belangrijk?
Soevereiniteit heeft twee gezichten: juridisch (wie kan toegang rechtmatig afdwingen of blokkeren) en security (wie kan technisch binnendringen, ongeacht de regels). Het framework beoordeelt die afzonderlijk via SOV-2 en SOV-7, maar in architectuur zitten ze elkaar in de weg. Een deel van wat hyperscale hyper maakt, is dat het securitysignaal wereldwijd is en bestaat uit biljoenen dagelijkse signalen die geanalyseerd worden door een gigantisch AI-gedreven systeem op basis van de meest geavanceerde AI-modellen. Een aanval die bij één klant wordt gezien, beschermt minuten later iedereen. Een afgeschermde nationale cloud ziet slechts een fractie van dat signaal en patcht met minder collectieve wijsheid erachter. Daarnaast hebben de hyperscalers duizenden security professionals in dienst om hun cloud zo veilig mogelijk te houden, meer mensen dan het eerder genoemde OVHcloud in z’n geheel in dienst heeft.
Dat betekent dat het verdedigen tegen een juridisch risico je security kan ondermijnen en in de praktijk je daadwerkelijke soevereiniteit. Zet een workload op een klein, relatief licht geïnstrumenteerd eiland om een theoretische buitenlandse wet te vermijden, en je kunt de feitelijke weerbaarheid tegen aanvallen verlagen. Een gehackte ‘soevereine’ cloud is niet soeverein. Die heeft simpelweg een zichtbaar, juridisch en betwistbaar risico ingeruild voor een onzichtbaar, technisch, niet-betwistbaar en vaak groter risico. Voor werkelijk kritieke systemen waarbij juridische dwang de dreiging is, verdient SEAL‑3/4 zijn kosten; voor bijna al het andere is wereldwijde schaal wat de kwaadwillenden buiten houdt.
Is SEAL-4 wel nodig? En voor wie dan?
Ondanks dat ik juist daar dieper op in ga in volgende posts, is de interessante vraag niet “kan het worden gebouwd?” De juiste vraag om te stellen is of SEAL‑4 überhaupt vereist is, voor welke systemen, en onder welke omstandigheden. De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat de regels in oorlogstijd het raam uit gaan. Zelfs als je een SEAL‑4-cloud hebt draaien voor je kroonjuwelen, is een back-up in een SEAL‑0-cloud misschien wel wenselijk, zodat je kunt blijven opereren als je SEAL-4 cloud(je) platgebombardeerd is.
Voor de meeste workloads is zelfs SEAL‑2 overdreven. En voordat we buitenlandse juridische reikwijdte behandelen als het monster onder elk bed: hoe vaak doet dat zich voor? Zelden. Extraterritoriale verzoeken om EU-klantdata zijn uiterst ongebruikelijk en worden juist eindeloos aangehaald omdat ze zeldzaam genoeg zijn om bij naam te noemen. Sancties die een hele organisatie afsluiten zijn geopolitieke uitzonderingen. Reëel voor een kleine groep entiteiten die meestal al weten wie ze zijn. Risico is kans maal impact, en in deze debatten wordt graag een angstaanjagende impact gekoppeld aan het idee dat de kans daarop groot is, terwijl dat niet het geval is. Wie sec een risicoberekening doet, zonder de emotie, merkt dat SEAL‑0- of SEAL‑1-commoditycloud voor de meeste workloads geen compromis is, maar de juiste, verdedigbare keuze.
En dan is er nog de rekening
Die aanbesteding van €180 miljoen betekent gemiddeld ongeveer €7,5 miljoen per aanbieder per jaar, en omdat het om een raamcontract gaat, is zelfs dat een plafond, geen cheque. Ondertussen pompt elke grote Amerikaanse hyperscaler jaarlijks tientallen miljarden in Europese datacenters. De aanbesteding van de Commissie is daarmee een druppel op een gloeiende plaat: een vraagsignaal, geen industriebeleid. Maar een industriesignaal is niet genoeg. Als Europa de kloof echt wil overbruggen, moet er serieus geïnvesteerd worden (denk Chips Act, European Processor Initiative).
Bij gebrek aan die investeringen, is het beter om strategisch te kijken naar waar afhankelijkheden acceptabel zijn en hoe clouds met verschillende SEAL-levels met elkaar verbonden kunnen worden om zo verschillende dreigingen het hoofd te bieden. We moeten daarbij niet vergeten dat de supply chain afhankelijkheden ook de andere kant op werken. Nederland heeft met ASML een enorme troef in handen als het gaat om de gehele supply chain van computerchips.
Waar we voor moeten waken is dat we het Cloud Sovereignty Framework dogmatisch in gaan zetten, want dat doet veel meer kwaad dan goed. Het mooie van het Cloud Sovereignty Framework is dat het inzichtelijk maakt waar de kwetsbaarheden zitten en daarmee is het een uitstekend instrument voor gedegen risicomanagement. Dat is alleen politiek niet erg sexy en niet samen te vatten in een one-liner.
De routekaart
Het zal zo onderhand duidelijk zijn dat een SEAL-4 hyperscale cloud bouwen een enorme onderneming is, waarvan de vraag is of het überhaupt gaat lukken en of het wel de juiste oplossing is. In volgende posts ga ik dieper in op wat er nodig is om een hyperscalecloud te bouwen. We klimmen van onder naar boven, langs zes lagen, en stellen op elke verdieping dezelfde twee vragen: hoe ziet de toeleveringsketen eruit wanneer je het bouwt, en wanneer je het exploiteert?
- Datacenters: gebouwen, stroom, koeling, glasvezel.
- Infrastructuur: compute-, storage- en netwerkhardware.
- Platform: het control plane dat alles automatiseert en beveiligt.
- Kerndiensten: IaaS: VM’s, containers, storage, networking, identity, keys.
- Diensten op hoger niveau: PaaS: messaging, databases, IoT, analytics, AI.
- Ecosysteem: ISV’s, integrators en managed-servicepartners.
Door die vragen te stellen, kunnen we kijken naar waar de gaten zitten, hoe erg dat eigenlijk is en wat we eraan kunnen doen.